Sappho was een lyrische dichteres uit het antieke Griekenland. Over haar leven is weinig geweten. Ze moet omstreeks 630 voor Chr. geboren zijn en bereikte tussen 612 en 608 voor Chr. haar hoogtepunt. Haar sterfdatum is onbekend, maar zou ongeveer rond 570 voor Chr. moeten geweest zijn. Sappho was afkomstig van Mytilini, de hoofdstad van het eiland Lesbos. Ze was de dochter van Scamander en Cleïs. Haar familie maakte deel uit van de lokale aristocratie en was actief betrokken in de politiek van Lesbos. Als gevolg van de staatgreep op het eiland na de opstand door Pittacus, verbleef Sappho in het buitenland te Syracuse, maar uiteindelijk keerde ze omstreeks 580 voor Chr. terug naar Lesbos.
Bij haar terugkeer naar Lesbos zou Sappho een soort kostschool voor aristocratische meisjes gesticht hebben, waarin zij deze meisjes zou opleiden in muziek, poëzie en dans. Hoewel het mogelijk is dat Sappho les gaf, is dit historisch niet echt duidelijk.
De sfeer van intimiteit tussen Sappho en de meisjes in haar gedichten bezorgde haar de reputatie de vrouwenliefde aan te hangen, vandaar het woord lesbisch, letterlijk "afkomstig van het eiland Lesbos". Maar ook hier zijn zeker geen wetenschappelijke bewijzen voor. Het is ook niet duidelijk of Sappho's gedichten autobiografisch bedoeld zijn. Sappho oefende haar beroep uit tot haar dood — nog op haar sterfbed schreef zij een gedicht waarin ze haar leerlingen - als ze die had - berispte:
Want het is niet gepast dat er in een Muzen-erend huis
Geweeklaag is: dat zou niet juist voor ons zijn
(Fragment 150 vert. A. de Weerd)
Wat we zeker weten is dat Sappho een gerespecteerd lid van de Lesbische samenleving moet zijn geweest. Hoe anders zou Sappho hymnen voor de Goden hebben mogen schrijven? Zulke hymnen werden immers door koren in het openbaar gezongen, evenals haar "bruiloftsliederen".
Sappho schreef in het Aeolisch dialect van het Grieks, voornamelijk lyrische poëzie, liederen om gezongen te worden onder begeleiding van de lier. Haar werk kenmerkt zich door de verfijning van warme gevoelens. In een heel eigen stijl, getuigend van grote originaliteit, bezong zij haar eigen vrouwelijke wereld: de vertrouwelijke omgang met meisjes, muziek, feest, liefde, de natuurbeleving. De "diepste roerselen van haar ziel" wist zij zeer direct te verwoorden. Naast deze persoonlijke gedichten schreef zij ook epische poëzie, epigrammen en bruiloftsgedichten.
Er wordt soms ook gespeculeerd dat Sappho een priesteres van Aphrodite zou zijn, maar ik denk eerder dat Sappho Aphrodite als haar beschermgodin zag. Gezien de tijdsgeest van toen - de Goden waren immers alom in het dagelijks leven aanwezig - en gezien zij schreef en zong over de liefde en het huwelijk, lijkt mij dit de meest logische conclusie. Door Plato werd zij in elk geval omschreven als "de 10e muze". In die zin is haar band met Aphrodite absoluut niet vreemd.
Sappho's Hymne voor Aphrodite
Goudgetroonde, onsterfelijke Aphrodite,
dochter van Zeus, listenvlechtster, ik smeek je:
overweldig mijn hart niet met verdriet en
zorgen, machtige,
maar kom hierheen, zoals je vroeger ook deed
wanneer je mijn stem van heel ver weg vernam,
hoorde je toe, verliet je vaders gouden huis
en kwam bij mij,
zodra je wagen bespannen was. Mussen, mooi
en snel, heftig klapwiekend met hun vleugels
brachten je dwars door de hemel boven de
donkere aarde,
opeens zwermden ze uit. En jij, gelukzalige,
met een glimlach op je onsterfelijke gezicht
vroeg mij wat ik nu weer geleden had en
waarom ik je riep,
wat ik met mijn razende hart het liefste
wilde dat gebeurde. Wie moet Overreding
dit keer als geliefde bij je brengen, wie,
Sappho, wijst je af?
Nu vlucht ze nog, spoedig zal ze je volgen.
Nu weigert ze geschenken, ze zal ze geven.
Nu houdt ze niet van je, spoedig bemint zij
zelfs tegen haar wil.
Kom weer bij me, verlos mij van dit grote
verdriet, en vervul alles wat mijn hart
verlangt te vervullen en wees jij zelf
mijn medestrijdster.
In de Hellenistische tijd, ruim vijfhonderd jaar na haar dood, werden haar gedichten door de Alexandrijnse bibliothecarissen geklasseerd naar metrum (versmaat) en onderwerp. Dit resulteerde in een verzameld werk van tien boeken (negen naar metrum en één boek bruiloftsgedichten). Van dit omvangrijke werk zijn slechts enkele flarden bewaard gebleven, tot voor kort merendeels in citaten van andere schrijvers. Dit wordt onder andere verklaard doordat de Kerk, in de Middeleeuwen de belangrijkste bron van wetenschappelijke en culturele continuïteit, niet veel ophad met de lesbische reputatie van Sappho, en dat haar werk daardoor niet meer werd overgeschreven. De twintigste eeuw heeft echter een belangrijke uitbreiding van haar werk opgeleverd in de vorm van papyrusvondsten in Egypte.
Momenteel is er slechts één compleet gedicht, dat het openingsgedicht van haar verzamelde werken was en als zodanig in zijn geheel door een Hellenistische literatuurwetenschapper werd aangehaald, en zijn er een stuk of tien nagenoeg complete gedichten. De rest van de fragmenten, 200 in getal, wordt gevormd door papyrusflarden of citaten in andere auteurs (variërend van een regel of drie tot soms niet meer dan een los woord). Al met al moet worden geconstateerd dat er niet meer dan circa zestig fragmenten van twee of meer regels zijn.
0 reacties:
Een reactie plaatsen